Contact
Silhouet van een persoon voor een groot scherm met blauwgroene datalijnen

Bibliotheek

Incident response

Deel via

Wat doet een organisatie in de eerste 24 uur na een cyberincident?

Incident response is het gestructureerd afhandelen van een cyberincident, van het eerste signaal tot herstel en evaluatie. De eerste 24 uur bepalen vooral of het bewijs bewaard blijft en of de organisatie de wettelijke meldtermijnen haalt. Onder de Cyberbeveiligingswet geldt sinds 15 augustus 2026 een vroegtijdige waarschuwing binnen 24 uur, gevolgd door een melding binnen 72 uur.

Die termijnen lopen door terwijl het onderzoek nog bezig is. Een organisatie meldt dus op basis van onvolledige informatie, terwijl herstelacties de sporen niet mogen wissen die datzelfde onderzoek nodig heeft. Dat spanningsveld maakt de eerste dag lastig, niet de techniek.

Incident response is daarmee geen puur technische discipline. Een incident raakt de continuïteit en de aansprakelijkheid tegelijk. De vraag is niet alleen wie de aanvaller buiten zet, maar ook wie daarover beslist.

In dit artikel

Wat is incident response en wanneer is iets een cyberincident?

Incident response begint bij detectie en eindigt bij de evaluatie. Digital forensics is daarbinnen het onderzoeksdeel dat vaststelt wat er precies is gebeurd. De twee worden vaak in één adem genoemd als DFIR.

Niet elke melding is een incident. Een geblokkeerde phishingmail hoort bij het normale werk van beheer en monitoring. Er is pas sprake van een incident wanneer een aanval systemen of gegevens daadwerkelijk raakt.

De Cyberbeveiligingswet noemt een incident significant bij ernstige operationele verstoring. Ook financieel verlies of aanzienlijke schade bij anderen kan die drempel halen. Ministeriële regelingen maken de norm per sector concreet met drempelwaarden.

Wat gebeurt er in de eerste 24 uur?

De eerste vraag is of het incident nog actief is. Zolang een aanvaller toegang heeft, verandert elke herstelactie het beeld en waarschuwt een zichtbare ingreep hem mogelijk. Isoleren gaat daarom voor opschonen, en bewijsveiligstelling gaat voor herinstalleren.

De reflex om een besmette machine direct te herinstalleren kost vaak het bewijs dat later nodig blijkt. Geheugen en logbestanden verdwijnen bij een reboot, en zonder die gegevens blijft onduidelijk welke data is ingezien of weggenomen. Precies dat wil de toezichthouder later weten.

Parallel loopt de bestuurlijke lijn. Iemand beslist over het uitschakelen van systemen en het informeren van klanten. Ook het moment waarop de melding de deur uit gaat, vraagt een besluit.

Wanneer moet een cyberincident gemeld worden en bij wie?

Meerdere meldplichten lopen tegelijk, met eigen termijnen en eigen loketten. Melden onder de Cyberbeveiligingswet gebeurt in drie stappen, via één centraal meldpunt op MijnNCSC. Een melding daar bereikt zowel de toezichthouder als het sectorale Computer Security Incident Response Team, kortweg CSIRT.

VerplichtingTermijnWaar melden
Vroegtijdige waarschuwing, CyberbeveiligingswetBinnen 24 uurMijnNCSC
Melding, CyberbeveiligingswetBinnen 72 uurMijnNCSC
Eindverslag, CyberbeveiligingswetBinnen 1 maand na de meldingMijnNCSC
Datalekmelding, AVG artikel 33Binnen 72 uurAutoriteit Persoonsgegevens
Bericht aan betrokkenen, AVG artikel 34Onverwijld bij hoog risicoRechtstreeks aan betrokkenen

De klok begint te lopen zodra de organisatie kennis krijgt van het incident, niet zodra het onderzoek is afgerond. Een vrijwillige melding gaat alleen naar het CSIRT en niet naar de toezichthouder. Wie onder beide regimes valt, houdt twee tijdlijnen naast elkaar bij, met andere ontvangers en een ander doel.

Wat doet het NCSC wel en wat niet?

Het NCSC ondersteunt bij incidenten primair in de identificatiefase. Voor containment, eradication en recovery is het volgens het NCSC essentieel om tijdig een gespecialiseerde IR-partij te betrekken. De eindverantwoordelijkheid voor de respons blijft bij de getroffen organisatie zelf.

Dat onderscheid bepaalt wie er op dag één gebeld wordt. Het CSIRT levert duiding en advies over de dreiging. De organisatie en haar leveranciers doen het forensisch onderzoek en de herbouw.

Ook de toezichthouder heeft een andere rol dan het CSIRT. Het CSIRT ondersteunt tijdens het incident, de toezichthouder beoordeelt achteraf de naleving. Dezelfde melding bereikt beide, maar ze lezen die met een ander belang.

Hoe verloopt een traject na de eerste dagen?

Na indamming volgt de vraag hoe groot het incident is. Onderzoek stelt vast welke systemen en gegevens zijn geraakt, en via welk pad de aanvaller binnenkwam. Zonder dat beeld is herstel gokwerk, omdat de toegangsweg mogelijk open blijft.

Herstel is zelden een kwestie van een back-up terugzetten. Bij een gecompromitteerde identiteitsomgeving vervangt de organisatie wachtwoorden en sleutels, en bouwt zij de onderliggende vertrouwensrelaties opnieuw op. In omgevingen met OT komt daar de vraag bij welke productie tijdens herstel door kan draaien.

Het traject eindigt met een evaluatie en een verbeterplan. Op datzelfde moment stelt de organisatie het eindverslag voor de toezichthouder op. Bevindingen die daar niet in terechtkomen, verdwijnen meestal ook uit de verbeteragenda.

Wanneer is een incident response retainer zinvol?

Een retainer legt vooraf vast wie er komt en hoe snel. De waarde zit minder in de reactietijd dan in het feit dat inkoop en kennismaking al achter de rug zijn. Zonder afspraken gaat de eerste dag vaak op aan het regelen van toegang en het afstemmen van verwachtingen.

Een retainer is vooral zinvol wanneer uitval direct financiële of maatschappelijke gevolgen heeft. Dat speelt bij organisaties onder de Cyberbeveiligingswet en bij dienstverleners met contractuele hersteltermijnen. Voor organisaties met beperkte afhankelijkheid van IT weegt de vaste vergoeding zwaarder dan het voordeel.

Belangrijker dan het contract is de voorbereiding eromheen. Actuele netwerkdocumentatie en logbronnen met voldoende bewaartermijn bepalen hoe snel een extern team werkelijk kan werken. Ontbreekt die basis, dan staat het team snel klaar, maar komt het onderzoek traag op gang.

Conclusie

Incident response bepaalt hoeveel schade een aanval uiteindelijk aanricht. De eerste 24 uur draaien om bewijs behouden, toegang indammen en de meldtermijn halen. Die drie kunnen elkaar in de weg zitten, en voorbereiding maakt het verschil tussen een moment van paniek en een moment van controle.

De belangrijkste beperking is dat geen enkel plan de omvang van een incident vooraf bepaalt. Een plan voorkomt wel dat de eerste beslissingen het onderzoek onmogelijk maken.

Welke DeepBlue-diensten hierbij aansluiten

DeepBlue Security & Intelligence ondersteunt organisaties bij incidenten in complexe IT- en OT-omgevingen, met uitsluitend senior specialisten. DeepBlue verwerkt en bewaart onderzoeksgegevens op eigen infrastructuur in Nederland. Welke diensten passen, hangt af van de sector en de afhankelijkheid van IT.

  • Incident response en digital forensics ondersteunt bij triage, indamming en forensisch onderzoek, en levert de feiten die nodig zijn voor de melding en het eindverslag.
  • Managed SOC voorziet in continue detectie en respons, zodat een significant incident wordt opgemerkt terwijl de meldtermijn nog ruimte biedt.
  • Penetratietesten stelt vast of technische maatregelen standhouden onder realistische aanvalscondities, van IT en cloud tot applicaties, OT en identiteitsomgevingen.
  • Compliance en governance vertaalt de zorgplicht naar processen, rollen en bewijsvoering, inclusief de vastlegging waarmee een bestuursbesluit aantoonbaar wordt.
  • CISO as a Service belegt de bestuurlijke regie over incidentvoorbereiding, prioritering en rapportage richting directie en bestuur.

Wie de reikwijdte van de meldplicht nog moet bepalen, vindt de basis in Cyberbeveiligingswet: 15 augustus 2026 en in Cbw: tien toezichthouders, één wet. Een incident response traject garandeert geen snel herstel. Het levert wel een onderbouwd beeld van wat er is gebeurd en welke maatregelen het risico op herhaling verlagen.

Bronnen

NCSC, Meldplicht Cyberbeveiligingswet | NCSC, Hulp en ondersteuning bij cyberincidenten | NCSC, Incident response plan | Rijksoverheid, Cbw en Wwke vanaf 15 augustus 2026 van kracht | Cyberbeveiligingswet, Staatsblad 2026, 187 | Verordening (EU) 2016/679, AVG

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 1 september 2026.

← Terug naar bibliotheek

Direct contact met senior cybersecurity experts

Bespreek een securityvraagstuk, actueel risico of complexe IT- of OT-omgeving met een van onze senior specialisten. Het eerste gesprek richt zich op de technische context, operationele randvoorwaarden en de meest passende vervolgstappen.

  • Geen mailinglijsten of geautomatiseerde salesopvolging
  • Informatie wordt vertrouwelijk behandeld

Kan het niet wachten?

Bel ons op +31 (0) 70 290 6 290
of stuur een email naar info@deepbluesecurity.nl

Bedankt voor uw bericht. We nemen zo snel mogelijk contact met u op.
Er is iets misgegaan. Probeer het later opnieuw.